In Nederland voelt leren vaak als iets vanzelfsprekends. Voor 2,4 miljoen Afghaanse meisjes is het dat allang niet meer. Vijf jaar nadat de Taliban de macht in Afghanistan overnam, mogen zij nog altijd niet naar het voortgezet onderwijs. UNESCO waarschuwt dat dit aantal richting 2030 kan oplopen tot 4 miljoen.
We praten in Nederland veel en gemakkelijk over leren. De leerplicht zorgt ervoor dat kinderen naar school gaan en een vervolgopleiding is voor veel jongeren een vanzelfsprekend onderdeel van hun ontwikkeling. Daarna volgen soms nog masters, deeltijdopleidingen, trainingen en cursussen. De mogelijkheden om jezelf te blijven ontwikkelen lijken eindeloos.
Ook in het werkende leven praten we dagelijks over opleidingsbudgetten, skills, reskilling en de vraag welke training het beste aansluit bij een medewerker. We hebben het over een leven lang ontwikkelen en over hoe belangrijk het is om bij te blijven in een arbeidsmarkt die voortdurend verandert.
Maar wat als je niet meer mág leren?
Voor miljoenen meisjes in Afghanistan is dat de werkelijkheid. Sinds de Taliban het onderwijs voor meisjes vanaf het voortgezet onderwijs verbood, zijn zij uitgesloten van secundair onderwijs. Afghanistan is daarmee het enige land ter wereld waar meisjes en vrouwen formeel geen toegang hebben tot secundair en hoger onderwijs. UNESCO waarschuwt dat deze situatie niet alleen een onderwijscrisis veroorzaakt, maar de toekomst van een hele generatie bedreigt.
Dat nieuws schuurt aan alle kanten. Maar het zou ons ook iets moeten laten beseffen: hoe bijzonder het eigenlijk is dat wij wél kunnen blijven leren.
Een school geeft kinderen natuurlijk kennis. Maar onderwijs is zoveel meer dan dat.
Het geeft perspectief, zelfvertrouwen, zelfstandigheid. De mogelijkheid om eigen keuzes te maken. Om een beroep te kiezen, een inkomen te verdienen en een bijdrage te leveren aan de samenleving.
Wanneer een meisje niet naar school mag, wordt haar niet alleen een lesdag afgenomen. Er wordt een deel van haar toekomst afgesloten.
Dat maakt dat het onderwijsverbod in Afghanistan zo ingrijpend is. De gevolgen blijven niet beperkt tot de schoolbanken. Wanneer een hele generatie meisjes geen toegang krijgt tot onderwijs, heeft dat gevolgen voor hun kansen, hun zelfstandigheid en uiteindelijk voor de ontwikkeling van de samenleving als geheel.
Wie iemand de mogelijkheid om te leren ontneemt, neemt niet alleen kennis weg. Je verkleint de toekomst die iemand voor zichzelf kan opbouwen.
Daar tegenover staat onze werkelijkheid.
Wij kunnen op zoek naar een opleiding omdat we een andere functie willen. We kunnen een cursus volgen omdat ons vak verandert. We kunnen ons omscholen, nieuwe vaardigheden ontwikkelen of simpelweg iets leren omdat we nieuwsgierig zijn.
We hoeven daar meestal niet bij stil te staan. Leren is onderdeel geworden van ons dagelijks leven.
Misschien maakt juist dat het lastig om de waarde ervan nog echt te zien.
Want hoe vaak staan we er nog bij stil dat we de vrijheid hebben om te kiezen wat we willen leren?
Dat we toegang hebben tot kennis. Dat we ons kunnen ontwikkelen. Dat we opnieuw kunnen beginnen wanneer ons werk verandert.
Leren is niet vanzelfsprekend. Het is een privilege waar we misschien wat vaker bij stil mogen staan.
Dat betekent niet dat iedere opleiding of training automatisch waardevol is. Wel dat de mogelijkheid om jezelf te blijven ontwikkelen iets is dat we moeten koesteren.
Die gedachte is ook relevant voor organisaties.
Want toegang hebben tot leren betekent niet automatisch dat iedereen binnen een organisatie daadwerkelijk de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen.
Een medewerker kan toegang hebben tot honderden opleidingen, maar geen tijd hebben om te leren. Iemand kan een persoonlijk ontwikkelbudget hebben, maar niet weten welke vaardigheden relevant zijn. Een ander kan graag doorgroeien, maar nooit het gesprek krijgen over welke mogelijkheden er zijn.
Daarom gaat een sterke leercultuur niet alleen over het aanbieden van trainingen.
Het gaat erom dat mensen daadwerkelijk in staat worden gesteld om mee te groeien.
Dat vraagt van organisaties dat ze verder kijken dan de opleidingscatalogus. Welke vaardigheden worden belangrijk voor de organisatie? Welke ontwikkeling hebben medewerkers nodig om daarin mee te bewegen? En misschien nog belangrijker: krijgen medewerkers de ruimte, begeleiding en het vertrouwen om die stap ook daadwerkelijk te zetten?
In L&D gebruiken we veel termen die nuttig zijn om ontwikkelingen te beschrijven: skills gaps, employability, reskilling, upskilling en talentontwikkeling.
Maar achter iedere skill zit een mens. Iemand die zich zorgen maakt over de toekomst van zijn baan. Iemand die een andere richting op wil. Iemand die na jaren in dezelfde functie eindelijk ontdekt dat er meer mogelijkheden zijn.
Of iemand die simpelweg de kans wil krijgen om iets nieuws te leren.
Daarom zouden we leren niet alleen moeten bekijken vanuit het perspectief van productiviteit of organisatiedoelstellingen. Natuurlijk zijn die belangrijk. Organisaties moeten kunnen blijven concurreren en beschikken over de juiste vaardigheden.
Maar leren heeft ook een menselijke waarde.
Het geeft mensen de mogelijkheid om mee te bewegen met een wereld die verandert.
En juist daarin ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor werkgevers. Niet iedereen weet zelf welke ontwikkeling nodig is. Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot kansen. En niet iedereen durft uit zichzelf de eerste stap te zetten.
Een organisatie die ontwikkeling serieus neemt, zorgt daarom niet alleen voor toegang tot opleidingen, maar voor een omgeving waarin mensen daadwerkelijk kunnen blijven groeien.
De situatie in Afghanistan maakt pijnlijk duidelijk wat er gebeurt wanneer de mogelijkheid om te leren wordt afgenomen.
Voor miljoenen meisjes betekent een gesloten schooldeur dat hun toekomstmogelijkheden worden beperkt. UNESCO en UNICEF benadrukken dat de aanhoudende uitsluiting van meisjes van onderwijs niet alleen hun individuele rechten raakt, maar ook de ontwikkeling van Afghanistan als geheel.
Voor ons staat die deur open.
Dat maakt leren misschien wel iets waar we bewuster bij stil mogen staan.
Niet alleen als middel om een diploma te halen. Niet alleen als instrument om een skills gap te dichten. En ook niet alleen als investering die zich uiteindelijk in productiviteit moet terugbetalen.
Maar als iets dat mensen perspectief geeft.
De mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen. Om van richting te veranderen. Om nieuwe kansen te creëren. Om mee te blijven doen.
Leren maakt de toekomst niet voorspelbaar. Maar het maakt mensen wel beter in staat om ermee mee te bewegen.
En misschien is dat uiteindelijk de grootste waarde van ontwikkeling: dat we mensen niet vertellen welke toekomst ze moeten hebben, maar ze de mogelijkheid geven om er zelf een te creëren.
Dat is een privilege.
En misschien ook wel een verantwoordelijkheid.